Direct in het begin van de bezetting in mei 1940 begon een systematische roof van goud, geld en goederen uit Nederland ten behoeve van de Duitse oorlogseconomie. De Nederlanders hadden het gevoel dat de bezetters alles in wilden pikken. Onmiddellijk na de capitulatie werden benzine en dieselolie gerantsoeneerd. Jaarlijks kwamen er steeds meer producten op de bon. Ondanks hoge boetes bloeide de zwarte handel. Tot grote verontwaardiging van iedere fietsende Nederlander nam de gemeentepolitie in juli 1942 in het hele land fietsen in beslag. In de herfst volgden kerkklokken ten behoeve van de oorlogsindustrie, het jaar daarop radio’s en in 1944 auto’s en trams.
